Regionale zandverwerking in haven Raaieinde Horst aan de Maas

In Horst aan de Maas bouwt Teunesen binnen het samenwerkingsverband Delfstoffen Combinatie Maasdal (DCM) een nieuwe haven. De ruwe bouwgrondstoffen die hier en elders in de regio vrijkomen, worden op termijn ter plaatse verwerkt in een Centrale Verwerkingsinstallatie (CVI). Als de haven klaar is, vormen de omliggende gronden een watergebonden natuurgebied. Het gebied is  daarmee een bufferzone tussen de woningen en het haventerrein aan de noordzijde.

Bijzonderheden

De aanleg van de haven in Horst aan de Maas is een DCM project dat Teunesen samen met Terraq  uitvoert. In de CVI Raaieinde die DCM hier bouwt, worden de ruwe bouwgrondstoffen die bij de aanleg van de haven en bij de diverse rivierverruimingsprojecten in de nabije regio vrijkomen verwerkt. De betreffende projecten zijn onder andere gelegen in Grubbenvorst en Lomm.

Op termijn wordt de natuurlijke bufferzone aan de noordzijde een aantrekkelijk uitloopgebied en eventueel als uitkijkpunt ingericht. Een uitkijkpunt zal er niet meteen na de oplevering  komen omdat de natuurwaarden zich eerst moeten ontwikkelen. Hier zal watergebonden natuur ontstaan. Natuurontwikkeling zal ook plaatsvinden langs de randen van het gebied om zodoende het project vanaf de Venloseweg aan het zicht te onttrekken.

Meer over Raaieinde Horst aan de Maas

Omvang en tijdsduur

Het project verkeert in de aanlegfase die duurt tot 2024. Daarna start de exploitatiefase van de haven. Die loopt maximaal 25 jaar, zolang als er grondstoffen vrijkomen bij de rivierverruimingsprojecten langs de Zandmaas in de regio. Met de gemeente Horst aan de Maas is  afgesproken dat het gebied na de exploitatie in zijn geheel een watergebonden natuurgebied wordt.

Zand- en grindwinning

Bij de aanleg van de haven komen zand en grind vrij. Belangrijkste doel is echter de aanleg van de haven. Voor de winning worden een dragline en een zuiger ingezet. Het gebruik van een dragline is voor Teunesen bijzonder en efficiënt tegelijk. Met deze winningstechniek is het namelijk mogelijk om de verwerkingsinstallatie geleidelijk te voeden.

Toekomst

DCM blijft eigenaar en beheerder van het gebied.